Wat onderzochten medewerkers samen?
Bijna drie jaar lang werd in alle afdelingen een participatief verbeterproces uitgevoerd, met aandacht voor gereedschappen, materialen en de manier waarop het werk was georganiseerd. Medewerkers en organisatie onderzochten waar bestaande middelen of procedures het werk bemoeilijkten en welke aanpassingen haalbaar waren. De onderzoekers vergeleken de situatie vóór en na het traject, onder meer met vragenlijsten.
Wat veranderde?
Het proces leverde tal van technische en procedurele verbeteringen op. De veranderingen waren niet alleen gericht op de houding of het gedrag van individuele medewerkers; ook de praktische voorwaarden waaronder zij hun werk deden, werden aangepakt.
De verbetering
Na het traject was het ziekteverzuim met 25 procent gedaald en waren er positieve veranderingen in de lichamelijke belasting. De onderzoekers zagen bovendien verbeteringen in verschillende aspecten van de psychosociale werkomgeving. Omdat het om een voor-en-na-onderzoek gaat, moet je voorzichtig zijn met de conclusie dat alle veranderingen uitsluitend door dit traject zijn veroorzaakt.
Wat leert dit over werkplekonderzoek?
Werkplekonderzoek kan een ingang zijn om samenwerking te herstellen wanneer gesprekken over verhoudingen vastlopen. Samen concrete problemen met gereedschap, materialen en procedures aanpakken, maakt verbetering zichtbaar en kan tegelijk de ervaring versterken dat medewerkers invloed hebben op hun werk.