Logo Save the Children
Praktijkvoorbeeld

Save the Children: ondervoeding tegengaan in Vietnam

Mensgericht veranderen, aanpak: werkplekonderzoek. Begin jaren negentig was ondervoeding onder jonge kinderen in Vietnam een groot probleem. In veel dorpen was meer dan 65 procent van de kinderen ondervoed. Overheden en hulporganisaties kenden het probleem, maar traditionele programma’s met extra voedsel leverden niet altijd blijvende resultaten op. Zodra de hulp stopte, dreigde de oude situatie terug te keren.

Save the Children kreeg de opdracht om samen met de lokale gemeenschap snel een aanpak te ontwikkelen die kinderen niet alleen tijdelijk hielp, maar gezinnen ook in staat stelde de verbetering zelf vast te houden. Het team van Jerry en Monique Sternin koos voor een andere startvraag dan gebruikelijk.

Welke arme gezinnen hebben kinderen die wél goed groeien — en wat doen zij in het dagelijks leven anders?

Dat is de kern van positive deviance: niet beginnen met een oplossing van buitenaf, maar binnen dezelfde gemeenschap zoeken naar gezinnen die ondanks vergelijkbare armoede, voedselbeschikbaarheid en dagelijkse beperkingen betere resultaten bereiken.

Zoeken naar gezinnen die het al beter deden

In vier van de armste gemeenten van het district Quảng Xương in de provincie Thanh Hóa werd gekeken naar gezinnen met kinderen jonger dan drie jaar. Het ging om ongeveer 2.000 jonge kinderen. De onderzoekers zochten naar gezinnen waarvan de kinderen goed gevoed waren, hoewel de ouders met dezelfde schaarste te maken hadden als hun buren. Deze gezinnen werden niet geselecteerd omdat ze rijker waren of toegang hadden tot bijzondere hulpbronnen. De vraag was juist wat zij met de middelen die wél beschikbaar waren anders deden.

De ontdekking kwam niet uit een voedingshandleiding. De onderzoekers gingen met moeders, verzorgers, gezondheidswerkers en andere dorpsbewoners in gesprek en onderzochten wat er daadwerkelijk op tafel kwam en hoe jonge kinderen gedurende de dag werden gevoed.

De dagelijkse routines die het verschil maakten

Een deel van de gezinnen met goed gevoede kinderen gebruikte ingrediënten die in de omgeving beschikbaar waren, maar die veel andere ouders niet geschikt vonden voor jonge kinderen. Verzorgers verzamelden kleine garnalen, krabbetjes en visjes uit rijstvelden en voegden die toe aan de maaltijd. Ook gebruikten ze zoete-aardappelbladeren, rijst en andere lokaal beschikbare ingrediënten.

Daarnaast kregen kinderen in deze gezinnen vaak drie tot vier keer per dag eten, in plaats van minder frequente maaltijden. Het ging dus niet om een geheim voedingsmiddel of een kostbaar supplement. Het verschil zat in terugkerende, alledaagse keuzes: welke eetbare ingrediënten werden gebruikt, hoe werden ze gecombineerd en hoe vaak kreeg een kind iets te eten?

Die praktijken waren positief afwijkend omdat ze niet algemeen werden toegepast, terwijl ze binnen dezelfde omstandigheden mogelijk waren. De gezinnen die ze toepasten, beschikten niet over meer geld; ze benutten de lokale omgeving en hun dagelijkse routines anders.

Van ontdekking naar samen oefenen

De gemeenschap hielp om de ontdekte praktijken toegankelijk te maken voor andere gezinnen. In plaats van alleen informatiebijeenkomsten te organiseren, werden moeders van ondervoede kinderen uitgenodigd om deel te nemen aan voedings- en rehabilitatiesessies in de buurt. Daar oefenden ze met de ingrediënten en bereidingswijzen die lokaal al bleken te werken.

De sessies waren praktisch en sociaal. Moeders bereidden eten, oefenden met de nieuwe routines en konden zien hoe andere gezinnen het deden. Lokale vrijwilligers en gezondheidswerkers ondersteunden de bijeenkomsten. Het doel was dat ouders de aanpak thuis konden voortzetten met ingrediënten die ze zelf konden vinden, zonder afhankelijk te blijven van voedselhulp.

Het onderscheid met een klassiek voorlichtingsprogramma is belangrijk: de aanpak begon niet met een expert die vertelde wat ouders verkeerd deden. De gemeenschap ontdekte eerst welke dagelijkse praktijken bij vergelijkbare gezinnen al tot betere uitkomsten leidden en maakte die vervolgens samen leerbaar.

Wat waren de resultaten?

De vroege evaluaties rapporteerden duidelijke verbeteringen. In de tweejarige Poverty Alleviation and Nutrition Program (PANP, 1993–1995) verbeterde de gemiddelde gewicht-voor-leeftijdscore van kinderen jonger dan drie jaar van -2,14 naar -1,78. Het aandeel kinderen met ernstige ondervoeding daalde van 23 procent naar 6 procent. Het aandeel kinderen met een normaal gewicht voor hun leeftijd steeg van 42 naar 56 procent.

In publicaties over de eerste positieve-deviantieprogramma’s wordt ook een daling van 74 procent in ernstige ondervoeding onder deelnemende kinderen genoemd. De precieze percentages verschillen per analyse en uitkomstmaat; daarom moeten deze cijfers niet als één en dezelfde meting worden gelezen.

Er waren ook aanwijzingen dat de gedragsveranderingen standhielden. Onderzoekers volgden gezinnen drie en vier jaar na afloop van het programma. Jongere broertjes en zusjes die zelf niet aan het oorspronkelijke programma hadden deelgenomen, waren in de voormalige interventiegemeenschappen beter gevoed dan kinderen in een vergelijkingsgemeenschap. Hun moeders rapporteerden vaker hoofdmaaltijden en tussendoortjes te geven en vaker hun handen te wassen.

Hoe stevig is het bewijs?

De resultaten zijn bemoedigend, vooral omdat er verbeteringen werden gemeld en sommige gedragingen jaren later nog zichtbaar waren. Tegelijkertijd waren niet alle vroege evaluaties opgezet als gerandomiseerde studies. Daardoor is voorzichtigheid nodig bij de conclusie dat positive deviance alleen de verbeteringen heeft veroorzaakt. Het programma omvatte ook groeimonitoring, gezondheidsvoorlichting, lokale vrijwilligers en andere activiteiten.

Een latere gerandomiseerde evaluatie in Noord-Vietnam vond verbeteringen in voedingsgedrag, voedselinname en sommige gezondheidsuitkomsten, maar de verschillen in groei waren niet voor alle kinderen en alle metingen statistisch significant. De bredere literatuur laat dus zien dat de aanpak in sommige contexten duidelijke resultaten kan opleveren, maar dat effecten verschillen en zorgvuldig moeten worden gemeten.

Waarom is dit een sterke positive-deviancecasus?

  • De zoektocht begon bij betere uitkomsten. De onderzoekers zochten gezinnen met goed gevoede kinderen tussen gezinnen die met vergelijkbare armoede te maken hadden.
  • Het verschil zat in dagelijkse routines. Ingrediënten uit de rijstvelden toevoegen en kinderen vaker eten geven waren concrete gedragingen, geen abstracte ideeën.
  • De oplossing was lokaal beschikbaar. De gezinnen hadden geen speciale middelen; ze gebruikten voedsel dat in de omgeving te vinden was.
  • De gemeenschap maakte de kennis overdraagbaar. Ouders oefenden met de werkwijzen en konden die thuis toepassen en doorgeven.
  • Er zijn resultaten gemeten. De evaluaties rapporteerden verbeteringen in voedingsstatus en aanwijzingen dat gedrag en voordelen na afloop bleven bestaan, met de kanttekening dat niet elk onderzoek even sterk causaal bewijs levert.

De les voor verandermanagers

Zoek niet eerst naar wat mensen tekortkomen. Zoek naar wie onder dezelfde omstandigheden al betere resultaten bereikt.

Vraag vervolgens niet alleen wat die mensen weten, maar wat ze dagelijks doen. Welke ingrediënten kiezen ze? Welke handelingen herhalen ze? Hoe organiseren ze hun dag? Wat doen ze anders, terwijl anderen dezelfde middelen hebben? Als het verschil veilig, uitvoerbaar en betekenisvol blijkt, help dan anderen om het zelf te oefenen en aan hun situatie aan te passen.

Bronnen

Positive Deviance Collaborative. “The Vietnam Story: 25 Years Later.” https://positivedeviance.org/case-studies-all/2018/4/16/the-vietnam-story-25-years-later

Sternin, M., Sternin, J. & Marsh, D. L. “Rapid, Sustained Childhood Malnutrition Alleviation through a Positive-Deviance Approach in Rural Vietnam: Preliminary Findings.” In: The Hearth Nutrition Model, USAID.

Mackintosh, U. A. T., Marsh, D. R. & Schroeder, D. G. (2002). “Sustained Positive Deviant Child Care Practices and Their Effects on Child Growth in Viet Nam.” Food and Nutrition Bulletin, 23(4 Suppl. 1). https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12503228/

Bisits Bullen, P. (2011). “The positive deviance/hearth approach to reducing child malnutrition: systematic review.” Tropical Medicine & International Health. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21749582/

Dit document is een Nederlandstalige, verhalende bewerking en geen woordelijke vertaling. De historische casus is aangevuld met cijfers uit gepubliceerde evaluaties; verschillen tussen studies en beperkingen van het bewijs zijn expliciet vermeld.

In het kort

Organisatie
Save the Children
Sector
Maatschappelijke organisatie
Veranderaanpak
Werkplekonderzoek

Zelf zo’n traject begeleiden?

Leer mensgericht veranderen in de praktijk, met je eigen veranderopgave als oefenterrein.

Bekijk ons aanbod

Andere praktijkvoorbeelden

Werkplekonderzoek

Minder letsel bij het reinigen van ziekenhuisinstrumenten

Verder lezen

Werkplekonderzoek

Medewerkers van gemeentelijke keukens verbeteren hun eigen werk

Verder lezen

Werkplekonderzoek

Een technische werkplaats verbetert werk én samenwerking

Verder lezen