Veranderingen in een organisatie zijn meestal het gevolg van veranderingen buiten de organisatie. Meestal gaat het dan om veranderde wensen van klanten. Om daarop in te spelen beslist het senior management dan vaak om aanpassingen in de organisatie door te voeren.

Veranderingen doorvoeren in een organisatie is niet eenvoudig. Welke acties precies zullen leiden tot het gewenste einddoel is niet eenvoudig te voorspellen. Soms is het einddoel ook niet helemaal duidelijk. Veranderen is dan ook vaak een kwestie van ontdekken, uitvinden, experimenteren, ook al zou je dat soms anders willen. Verwacht dus niet meteen een kristalhelder antwoord op al je vragen, maar help elkaar (ook de managers) om te zoeken en te ontdekken wat werkt en wat niet werkt. Zoek wel steeds de duidelijkheid over waar ieder mee bezig is, maar accepteer dat die duidelijkheid slechts geleidelijk aan ontstaat.

Vraag je eerst af, of je je wel in de positie bevindt om te mogen adviseren. Als je geen deel uitmaakt van de groep, die de veranderingen moet voorbereiden en begeleiden (bijvoorbeeld omdat je een vakinhoudelijke en geen managers functie hebt), dan is het beter eerst te proberen om wel tot die groep te gaan behoren. Dat lukt alleen als je daarvoor gevraagd wordt (door een leidinggevende of door een lid van de groep). Ga praten met degene die jou het beste kent en die sympathiek tegenover je staat en peil je ideeën eerst bij hem of haar.
Als je al wel in de positie bent om te mogen adviseren en men luistert niet naar je, dan is het raadzaam anderen te vinden die jouw ideeën ondersteunen. Als meerdere mensen een idee steunen is het minder makkelijk om dat idee te negeren. Vooral als die anderen invloed hebben in de organisatie.

Je kunt het beste beginnen om naar gelijkgestemden te gaan zoeken. In je eentje krijg je minder voor elkaar dan als groep. Verder zie en hoor je als groep meer ontwikkelingen en kan je dus beter inschatten waar je nog kunt helpen. Gelijkgestemden hoeven het trouwens niet over alles eens te zijn, maar moeten elkaar wel als versterking zien en onderling een enthousiaste club vormen (de groep moet positieve energie leveren, geen negatieve). Dat enthousiasme is jullie kracht, daar kan je anderen ook door meekrijgen. Een groep gelijkgestemden kan bestaan uit collega's (liefst van zoveel mogelijk plekken uit de organisatie), maar kan ook teamleiders en andere leidinggevenden bevatten. Als je een leidinggevende mee kunt krijgen, die gerespecteerd wordt door het management van je organisatie, heb je een sterke troef in handen.